Bodegraven
Evenals in veel andere plaatsen in de Rijnstreek liggen de oudste
aanwijzingen van bewoning in de grond.
Bij opgravingen aan het eind van de 20e eeuw werden opnieuw bewijzen gevonden
van de aanwezigheid van romeinse militairen in Bodegraven. Langs het oude
veenriviertje Oud Bodegraven werden restanten gevonden van een nederzetting,cq
versterking aan de oostzijde van het riviertje.

In de 9e eeuw werd Bodegraven genoemd als Bodelo of Bodelograve. Te verklaren
als de persoonsnaam Bodo en lo als bos, wat zou kunnen betekenen "het bos
door Bodo vergraven/ontgonnen". De oudste bewoning is te vinden aan de
noordzijde van de Oude Rijn, rond de oude Dorpskerk of St.Galluskerk. Ook de
brug over de Oude Rijn met de sluis tussen het voormalige Groot Waterschap
Woerden en het Hoogheemraadschap Rijnland kende al vroeg een veerhuis en andere
huizen die voor de scheepvaart belangrijk waren.
Bodegraven, liggend in het grensgebied tussen Holland en het Sticht (dus tussen
de graaf en de bisschop), kende in de 15de en 16de eeuw veel oorlogsgeweld van
o.a. de gelderse troepen. Ook de Hoekse en Kabeljauwse twisten gingen het dorp
niet voorbij. Bodegraven was Kabeljauws en Woerden Hoeks, dus ...... vechten.
De grootste ramp was de moord-en brandpartij aangericht door de troepen van de
zonnekoning Lodewijk XIV, onder bevel van de generaal de Luxembourg. Op 30 en 31
december 1672 verwoestten deze troepen, nadat zij wegens de invallende dooi
waren gestuit in hun opmars naar het westen, op de terugweg naar Woerden en
Utrecht op een vreselijke manier de dorpen Zwammerdam en Bodegraven. De uit deze
tijd daterende Wierickerschans ten oosten van Bodegraven was onderdeel van de
Hollandse Waterlinie.
De haat tegen alles wat Frans was zat zo diep dat in de 18de eeuw, toen er weer
sprake was van Franse agressie, de weerhaan op de toren van de Dorpskerk werd
vervangen door de Nederlandse leeuw. De gallische haan was het symbool van
Frankrijk en tot op heden heeft Bodegraven dus een leeuw als windwijzer en weet
men aldus uit welke hoek 'de wind waait'.
In 1870 heeft een brand, ontstaan in een bakkerij op de Overtocht, een enorme
ravage veroorzaakt. Ook dit onheil is men te boven gekomen.
Kort daarna werd de kaasmarkt gesticht, die functioneerde tot 2001, met de
grootste bloeiperiode in de eerste helft van de 20de eeuw. De kaashandel is een
grote pijler van de Bodegraafse economie; de kaas heeft veel toeleverende en
aanverwante bedrijven aangetrokken. Zo is er voor een betrekkelijk kleine
gemeente een behoorlijk aantal banken en veel internationaal vervoer. In 2001 en
2002 werd Bodegraven gekozen als zakenstad van Nederland. De handelsgeest is
hier nog steeds aanwezig.