Nieuwsbrief

        

 

                   OMD_briefhoofd.jpg          Open monumentendag in Harmelen

 

Zaterdag 10 september 2011

Thema: oud gebouw – nieuw gebruik

 

U KUNT DE VOLGENDE OBJECTEN BEZOEKEN: 

De Hervormde Kerk (Kerkplein1)

11.00 uur: orgelspel door Gijsbert Lekkerkerker.

14.00 uur: organiste Willeke Smits speelt delen uit compositie "Vallée des danses" van de Harmelense componist Ad Wammes, aangevuld met werk van andere componisten. 

Ad Wammes studeerde compositie bij Ton de Leeuw, Theo Loevendie en Klaas de Vries, piano bij Edith Lateiner-Grosz en electronische muziek bij Ton Bruynčl.
Zijn orgelstuk Miroir betekende zijn internationale doorbraak. Het wordt over de hele wereld gespeeld door toporganisten als David Sanger, Thomas Trotter en John Scott en verscheen reeds 6x op CD. Onlangs verzorgde Boosey & Hawkes een heruitgave.
Momenteel werkt hij aan een 3-delige educatieve serie voor piano getiteld "Different Colours" waarvan de eerste twee delen inmiddels uitgegeven zijn door De Haske. Eerdere pianomuziek (Easy Rock) verscheen bij Schott.
 

Theehuis bij Huize Harmelen (Kasteellaan 1)

Openstelling en informatie, en een kopje thee! Tekenen en schilderen van de omgeving

 Huize Harmelen (Kasteellaan 1)

Openstelling en rondleiding in de Donjon. U kunt hiervoor intekenen op de lijst in de stand van de Projectgroep op de Harmelense septembermarkt op zaterdag 3 september

Het Wilde Veld/de Breudijkermolen (Wildveldseweg 15)

Openstelling en informatie 

St. Bavokerk (Ambachtsheerelaan 2)

Openstelling en expositie 

De Kievit, natuur-, milieu-educatief en historisch centrum (Haanwijk 5)

Bezichtiging van de historische stijlkamer en rondleiding door de boomgaard met nostalgische fruitbomen.

Toegang via het voetpad achter Haanwijk 3a of voetpad naast Bisschopshof 2 (mogelijkheid tot parkeren). 

Het oude gemeentehuis  (Dorpsstraat 34)

Openstelling, rondleiding en foto-expositie. U kunt hiervoor intekenen op de lijst in de stand van de Projectgroep op de Harmelense septembermarkt op zaterdag 3 september

 

Klassendag 9 september:

De scholen De Horizon, Notenbalk en de Bavo gaan met ca 150 kinderen  hieraan deelnemen. Wandelend langs diverse monumenten wordt hierover bijzonderheden, anekdotes e.d. verteld. 

De locaties Makelaershuys en Bavokerk worden bezocht.

 

 

“Makelaershuys” 

Zoeken in het verleden.

 

Door: Ad van Rooijen, lid van de projectgroep Harmelen van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging

 


voormalig gemeentehuis van Harmelen, 1913.

 Ik werd verzocht om iets te schrijven over het Makelaershuis aan de Dorpsstraat. Ondanks alle technische bronnen bleek dat geen eenvoudige zaak. Als geboren Harmelenaar wist ik dat hier vroeger het gemeentehuis van Harmelen was gevestigd en misschien niet zo interessant: mijn klasgenootje woonde hier, Marijke van Konings­bruggen, de dochter van de burgemeester. Ze was niet de enige, aan de overkant woonde Ank van Veen, de dochter van de bakker en in Dorpswelvaren woonde Joke van Galen, de dochter van de schipper. Dit was de plek waar op Koninginnedag de aubade werd gehouden.

Na deze historische feiten ging ik op zoek in Google. Het pand was een monument. De lijst met Rijksmonumenten in de provincie Utrecht bracht me niet veel verder. Het pand bleek Rijksmonument nr. 20814 te zijn, een gepleisterd statig herenhuis met rechte kroonlijst en gebouwd in de 18e eeuw. 

De site van het archief in Woerden leverde direct een prachtige foto op van het oude gemeente­huis. Tevens stond vermeld dat het pand op 24 maart 1868 voor 8200 gulden was gekocht uit de boedel van W.H.J. Robert. Na een kleine verbouwing werd het pand in augustus 1868 als gemeentehuis in gebruik genomen. Deze functie bleef tot 1977 behouden.

De verwijzing naar het boek “Harmelen Geschiedenis en Architectuur” levert het volgende artikel:

’In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd het pand ingrijpend verbouwd. Toch bleek het raadhuis al snel te klein. In 1977 verhuisde de gemeente daarom naar een nieuw raadhuis aan het Raadhuisplein. De naam Makelaershuys is sindsdien aan het pand gegeven.

Het herenhuis stamt uit 1775-1800 door samen­voeging van twee panden, dat duidelijk te zien is aan de achtergevel. Het pand heeft een rechthoekige plattegrond en telt twee bouwlagen onder een afgeplat, met geglazuurde gesmoorde pannen gedekt schilddak. De achterzijde van het pand heeft echter twee schilddaken met een nok haaks op de weg het ‘voorhuis’ bevindt zich in elk schild  een tweetal dakkapellen met houten wangen.

De gevels zijn bepleisterd en witgeschilderd en aan de bovenzijde voorzien van een geprofileerde kroonlijst. Het pand heeft voornamelijk zesruits schuifvensters. Vroeger waren deze voorzien van persiennes, waardoor het zonlicht werd getemperd.

De voorgevel telt zes traveeën. Links van het midden bevindt zich de hoofdentree bestaande uit een paneeldeur met bovenlicht, omgeven door een houten omlijsting met kroonlijst.

Rechts is het twee bouwlagen tellende koetshuis met plat dak. De rechterzijgevel bevat eveneens een entree in een geprofileerde houten omlijsting alsmede een aantal schuiframen. De achtergevel heeft schuifvensters, een entree met bovenlicht en een gietijzeren overkapping met glasruiten.’

Met deze gegevens gaan we naar het gemeentearchief in Woerden. Daar blijkt dat de bouwtekeningen tussen 1868 en 1950 niet aanwezig te zijn. Er is bij de verhuizing van het archief van Harmelen naar Woerden een foutje gemaakt, waardoor veel tekeningen spoorloos zijn.

Bij een belangrijk monument mogen we ons de vraag stellen: wie heeft het laten bouwen en wie is de architect. De architect is niet bekend maar vroegere bewoners wel:

W.H.J. Robert. Voordat de gemeente het pand in 1868 kocht was W.H.J. Robert eigenaar. Nadat hij het pand van Jacoba Lekkerkerker had gekocht vestigde hij zich op 29 maart 1866 in Harmelen, waar hij slechts een jaar heeft gewoond.

Jacoba Lekkerkerker werd op 6 januari 1829 geboren in Kamerik Htd. als dochter van Johannes Lekkerkerker en Grietje Oskam. Ze trouwde 18 juni 1852 met Philippus de Bruijn. Haar man was landbouwer maar woonde in het centrum van Harmelen. Helaas overleed hij op 24 maart 1861 en zo werd Jacoba al vroeg weduwe en medeeigenaar van de niet onaanzienlijke bezittingen van Philippus. Als weduwe met vier jonge kinderen viel het niet mee een bedrijf te runnen. Ze huwde met Jacob Eeftinck Schattenkerk uit Aarlanderveen. Jacob trok bij haar in en op 5 maart 1864 werd een dochter geboren. Bij haar doop in de Hervormde Kerk kreeg zij de namen Jacueline Jeanne Petronella Marie. En u hoort het al aan de namen, haar man was niet achter in Gerverscop geboren.

Jacob voelde zich kennelijk niet goed thuis in Harmelen en besloot te verhuizen. De vaste goederen werden te koop aangeboden en op 18 mei 1865 vertrok Jacoba met haar kinderen en haar man naar Zwammerdam.

Philippus de Bruijn was een van de acht kinderen van Jan Wouter de Bruijn en Aagje de Bree. Hij werd op 16 augustus 1820 in Harmelen geboren in het huidige Makelaershuis. Hij trouwde op 31 jarige leeftijd met Jacoba Lekkerkerker. Philippus was landbouwer en overleed op 40 jarige leeftijd op 24.03.1861. Het echtpaar kreeg 4 kinderen, die alle vier volwassen werden en trouwden.

Jan Wouter de Bruijn . Jan Wouter werd geboren in Harmelen om­streeks 1785. Hij trouwde met Beatrix Hofland, dochter van Philippus Hofland en Aagje Verbree. Zij overleed in Harmelen op 33 jarige leeftijd op 18.04.1825. Slechts twee van de acht kinderen werden volwassen.

Jan Wouter overleed in op 72 jarige leeftijd in Harmelen op 17.04.1857.

Jan Wouter was van beroep koopman en bouwman, geen bouwvakker maar gewoon boer.

Cornelis de Bruijn, geboren ca. 1740, was getrouwd met Aaltje Romijn, dochter van Jacob Romeijn en Barbara van Waaij. Barbara overleed 19 april 1820, ze was toen 78 jaar en Cornelis overleed 15 november 1824 op 84 jarige leeftijd.

Cornelis kocht in de periode 1782-1805 69,5 morgen land, een wagenschuur, een hofstede, twee huisjes onder een dak, een schuur en een hooiberg en een huis zijnde twee woningen.

Dirck de Bruijn, weduwe van Anna Blom, hertrouwde (in 1732) met Maria Westveen, dochter van Jan Westveen en Cornelia van Vliet uit Nieuwersluis. Dirck was schipper in Harmelen, en bezat in 1755 twee huizen, deze lagen links en rechts van de brouwerij van Johannes van Bijleveld. Dirck schonk in 1771 het schippershuis  aan zijn zoon Cornelis, evenals het daarnaast staande kaashuis van twee verdiepingen, paar­destal en pakhuis. Kort hierna kwam Dirck te overlijden. In de periode 1735-1765 kocht hij 17.5 morgen land en 5 huizen.

 

Na deze opsomming blijft de vraag: wie liet het huidige Makelaershuys bouwen, onbeantwoord. Een ding is zeker; alle zes personen hadden voldoende kapitaal om het zich te veroorloven.

Volgens de experts is het pand gebouwd in de tweede helft van de 18e eeuw. Hierdoor vallen in principe J.W. de Bruijn, zijn zoon en schoondochter, Ph. de Bruijn en J. Lekkerkerker en W.H.J. Robert af. Dirck de Bruijn overleed op hoge leeftijd in 1772. Dan is de meest logische opdrachtgever Cornelis de Bruijn.

Dirck en Cornelis de Bruijn waren succes volle ondernemers, die hun kapitaal in vastgoed vastlegden. Men vindt alleen aankopen van land en huizen. Verkopen kunnen er wel zijn maar dan via een andere notaris.

Ook Jan Wouter was een geslaagd zakenman. Evenals zijn vader en grootvader was hij schipper. Schippers kwamen in andere steden en hadden tijd voor andere activiteiten. Dit wordt bevestigd door de patentbelasting die Jan Wouter moest betalen.

 

 

In 1810 bestond de patentbelasting, een soort ondernemersbelasting. Boeren hoefden deze niet te betalen, omdat zij via grondbelasting aangeslagen werden. Voor de rest werd iedereen die min of meer een eigen negotie had, aangeslagen.

Ook voor weelde werd er patentbelasting be­taald.  Zo mocht Juffrouw N. de Bruijn geb. Duyndam  5.10.0 betalen voor het dragen van haarpoeder, evenals Mr. Adr. Van Beusechem en N.P. van Beusechem.

Onder de ondernemers werden ook gerekend de knechten van klompenmakers, smeden, timmer­lieden en schippers, overigens waren die maar  --.10.—verschuldigd (notatie in gul­dens.stuivers.penningen).

Winkeliers en kruideniers betaalden          1. 2.--

Tappers slagters en de paardendocter      3. 6.--

G. Kamerik, broodbakker                         4. 8.--

Mr. A.van Beusechem als advocaat          4. 8.--

J. Lenssinck broodbakker                        4. 8.--

D. en J de Bruijn grossiers                      5.10.--

A. van Heteren als kolfbaanhouder           6.12.--

C. van Berkestein als kolfbaanhouder        6.12.--

D. en J. de Bruijn springen daar ver boven uit en worden aangeslagen als kooplieden met een

bedrag van 27.10.--

Uit al deze gegevens mag je concluderen dat de familie De Bruijn opdrachtgever is geweest voor de bouw van het Makelaershuis. Dat de familie goede zaken deed is ook te zien in de gegevens van het kadaster in 1832. Aan grondbezit springt Adriaan van Beusichem er boven uit met 267,4195 Ha, gevolgd door B. Lenssinck met 81,7670 Ha en als derde J.W. de Bruijn met 53,3791.

Het kadaster geeft ook inzicht in de vorm en plaats van de bouwwerken. Nu komen we in de problemen. Het huidige gebouw heeft een breedte van ca. 13,8 meter en een diepte van 14,4 meter. In 1832 is de bebouwing aanmerkelijk meer. Naast een grote stal of pakhuis van 12 bij 5 meter tot aan het jaagpad, is aan het hoofdgebouw aan de linker zijde meer bebou­wing. Totaal ca 45 vierkante meter. Dit zal toch niet alleen een klompenhok, buitenplee en tuinschuur zijn? Het antwoord blijven we schuldig.  

Het thema van de open monumentendag is: Nieuw gebruik Oud gebouw.Het gebouw heeft in eerste instantie dienst gedaan als woning als schippershuis, gemeentehuis en makelaarskantoor.

De eerste burgemeesters van Harmelen waren tevens gemeentesecretaris. Dit hield in dat het gemeentearchief door de burgemeester thuis werd bewaard. De raadsvergaderingen werden in het rechthuis gehouden, het huidige hotel restaurant Het Wapen van Harmelen. De regering was na verloop van tijd hier niet gelukkig mee. Eerst besloot men dat een nieuwe burgemeester niet tevens gemeentesecretaris mocht zijn. In 1858 werden de gemeenten door de provincie geadviseerd om een eigen raadhuis aan te schaffen.

Op 24 maart 1868 werd het woonhuis door de erven van deken W.H.J. Robert geveild en verkocht aan de gemeente voor f. 8.200,--. Precies vijf maanden later werd het pand als gemeentehuis van Harmelen in gebruik genomen door burgemeester P.A. Walland.

Het interieur werd gewijzigd. Hiervoor vond op 20 april 1868 de aanbesteding plaats voor het timmer- en metselwerk. Arie van Heteren, Johannes Gebbink en Pieter Krommenhoek, drie plaatselijke ondernemers schreven op de werkzaamheden in, waarna P. Krommenhoek het werk mocht uitvoeren.

J. Gebbink kreeg de verbouw van het koetshuis toegewezen. Het voorste gedeelte bleef koetshuis en stal. In het achterste gedeelte kwamen twee arrestantenlokalen en de overige ruimte werd ingericht om de brandspuit te plaatsen.

 

Lijst van burgemeesters van Harmelen.

1. Nicolaas Philippus van Beusichem, 1802-1818

2. G.N. Buddingh, 1818-1850

3. J.C. de Bruyn, 1850-1866

4. P.A. Walland, 1866-1871

5. E. Adema, 1872-1879

6. D.O. Heldewier, 1879-1895

7. H.Ph.J. Baron van Heemstra, 1895-1907

8. A. Blankestijn, 1907-1919

9. Th.P.J. Elsen, 1920-1927

10. J.W. Henderson, 1927-1939

11. H.A.J.M. van Koningsbruggen, 1939-1951

12. W.H. Baron Taets van Amerongen van Rens­woude, 1950-1952

13. C.F. de Roo van Alderwerelt, 1952-1954

14. Drs. J.G.C.J. Timmermans, 1954-1971

15. Mr. A.G. Smallenbroek, 1971-1976

16. Drs. J.H. Burger, 1976-2000    

 De eerste drie burgemeesters hebben geen gebruik gemaakt van het oude gemeentehuis. P.A. Walland nam het gemeentehuis in gebruik en Drs. J.H. Burger sloot de deur. Drs. H.A.J.M. van Koningsbruggen was de laatste burgemeester die van de woning gebruik maakte.

Daarna werd het tijdelijk verhuurd aan dokter Buitenhuis, tot zijn nieuwe woning aan de Joncheerelaan gereed was. Vervolgens gebruikte notaris H. de Greef het tijdens de verbouwing van zijn eigen woning.

In 1955 werd het pand weer aangepast. Bij deze verbouwing verdwenen de luiken en de statige intree met stoep en hekwerk. Al eerder in 1930 werd het gemeentearchief overgebracht naar het koetshuis, dat als brandvrije archiefbewaarplaats werd ingericht.

In 1969 volgde er nog een aanpassing. Dit betrof:

a.      Gedeelte van de keuken tot kamer sociale zaken en wachtkamer.

b.      De opkamer en kelder tot toiletruimte en keukennis.

c.      De bestaande berging tot spreekkamer.

Deze verbouwing werd geraamd op f. 24.200,--. Ondanks deze verbouwing bleek het pand te klein. In 1977 verhuisde de gemeente naar een nieuw raadhuis aan het Raadhuisplein 1. Sindsdien is de naam Makelaershuys aan het pand gegeven, wat alles te maken heeft met het feit dat Sijmons Dolata hier gevestigd is.

Met dank aan het streekarchief in Woerden, RHC Rijnstreek en Lopikerwaard.

Ad van Rooijen.

 

Tot slot,

Het onderzoek bracht veel gegevens naar boven, die nu niet zijn gepubliceerd. Er bleven nog vele vragen onbeantwoord en de bouwgeschiedenis is nog niet duidelijk. Wellicht komt hier nog een vervolg op.  

De eerste foto toont het huis in 1913 ter gelegenheid van het 100-jarig onafhankelijkheidsjubileum. Deze plaat werd door burgemeester A. Blankestijn uitgereikt aan J.H. van Dommelen, gemeenteveldwachter van Harmelen en Veldizen. Op 22 sept. 1927 overleed deze op 54 jarige leeftijd, toen hij om 12 uur nabij de School met de Bijbel van zijn fiets was gevallen.


 

De Kloosterhoeve

 

Van Commanderije via boerderij naar vermaard restaurant

 

Door: Piet Baas, lid van de projectgroep Harmelen van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging.

 

Het jaar 1288 wordt algemeen aanvaard als het stichtingsjaar van de Commanderije te Harmelen. In dat jaar gaf Herman van Woerden het Sint Catharijneconvent in Utrecht het recht om de plaatselijke pastoor in Harmelen te benoemen. Het Sint Catharijneconvent maakte deel uit van de Johanniter- of Malthezer ridderorde. Deze kloosterorde werd opgericht tijdens de kruistochten en de leden hadden aanvankelijk als hoofddoel de verpleging van de zieken en gewonden. Oorspronkelijk was het hoofdkwartier gevestigd in Jerusalem, maar door het optrekken van de Turken moest dit al spoedig verplaatst worden naar het Westen, via Cyprus en Rhodos werd het eiland Malta het hoofdkwartier.

De orde omvatte 8 verschillende “Provincies”, verspreid over heel Europa.

Nederland hoorde bij de provincie Deutschland. Iedere provincie was verdeeld in Prioraten of Balijen. Tot de Balije van Utrecht behoorden uit­eindelijk 7 commanderijen en zes kloosters, waaronder die van Harmelen. 

Aanvankelijk werd de balier (commandeur van de balije Utrecht) benoemd vanuit Duitsland. Na verloop van jaren kregen ze meer zelfstandigheid en mocht Utrecht zijn eigen balier kiezen. De verschillende commanderijen van Utrecht zijn voor zover we weten 3 x bezocht door de ‘provincie Deutschland’,  te weten in 1495, ca 1540 en 1594 (de zogenaamde visitaties).  

Oorspronkelijk zijn de Commanderijen stellig kloosters geweest, bevolkt door ridders, priesters en broeders met als hoofdtaak de verzorging van zieken en gewonden. Naarmate de Orde zijn goederenbezit zag toenemen, moest er voor een goed beheer worden gezorgd. Dit had vaak tot gevolg, dat de plaatselijke pastoor tevens functioneerde als commandeur. Ook de broeders in Utrecht beschouwden het als een promotie als zij werden benoemd tot Commandeur.

In de loop der jaren zijn de kerk en de Commanderije gedeeltelijk verbrand, verwoest en herbouwd.  

In 1744 bezocht de tekenaar Jan Beier Harmelen en maakte een tekening van “de Commanderije en Commandeurs Huijs te Hermelen”. Deze is  later door de etser H.Spilman op koper gegraveerd.

 Na de reformatie is de commandeur van Harmelen gevlucht naar Utrecht. Zijn baas, de commandeur van de Balije Utrecht (Balier Hendrik Barck), werd steeds meer beperkt in zijn bevoegdheden en na zijn dood in 1602 verbood de ‘Staten van Utrecht’ de broeders van het convent een nieuwe Balier te benoemen. De Staten be­noemde vanaf die tijd zelf de rentmeesters welke de goederen van de Orde beheerde. In 1633 zijn de goederen door de ‘Staten van Utrecht’ verdeeld. Harmelen is toebedeeld aan de Ridderschap (de adel). In 1719 is Jan Volkers door de ‘Ridderschap, de tweede staat van het land van Utrecht’, benoemd in de Maltheser orde en be­noemd als Commandeur van Harmelen. Hij betaalde hiervoor een aanzienlijke som en verwierf diverse goederen in Harmelen. De boerderij de Kloosterhoeve maakte hier deel van uit. Jan Volkers, de nieuwe commandeur, verhuurde deze boerderij tezamen met 21 morgen (= ca. 18 hectare) land  met uitzondering van de “Commandeurskamer (opkamer) en een deel van de kelder”.

 In 1856 zijn de goederen in bezit gekomen van de heer Van Beusichem en in 1888 van  de fami­lie De Joncheere. De familie Van der Neut pachtte aanvankelijk de boerderij, maar kocht het een aantal jaren later van de familie De Joncheere. Eind vijftiger jaren van de vorige eeuw kwam de boerderij in een herverkavelingsproject. De heer H.Croiset kocht in 1960 de boerderij van de gemeente Harmelen. De heer Croiset voer in die dagen op cruise schepen van de Holland Amerika Lijn als chef de rang in het Caribisch gebied en keek uit naar een horeca gelegenheid op het vaste land. Na een ingrijpende restauratie, waar de heer Croiset zelf ook actief bij betrokken was, werd tijdens de Pinksterdagen van 1962 het restaurant “De Kloosterhoeve” geopend. Zo heette de oorspronkelijke boerderij van de familie Van der Neut.  

Het restaurant ademt de rustique romantische sfeer van een oude boerderij. De vloer  bestaat uit de originele plavuizen. Het interieur is met antieke houten tafels en stoelen ingericht in oud-Hollandse stijl. In de eetzaal is nog steeds een 400 jaar oude schouw dominant aanwezig. In deze schouw werd speenvarken geroosterd, de specialiteit van De Kloosterhoeve. De heer Croiset had een goede neus voor de p.r. van zijn restaurant. Zo konden de gasten zelf in de uit­stekend voorziene wijnkelder hun eigen wijn uitkiezen. Na het diner konden de gasten zich verpozen in de opkamer, die ingericht was als “gerstenatkamer”.  Op de tafels stonden ouderwetse bierpullen en tabakspotten en er werd Gerverscopse kaas geserveerd. Langs de wanden pijpenrekken met lange stenen Goudse Pijpen. De pijpen konden de gasten voor f 0.95 kopen. De pijp kreeg dan de naam van de eigenaar en bleef na gebruik in de gerstenatkamer. Bij ieder be­zoek aan het restaurant konden zij hun eigen pijp uit de rekken halen en deze vullen met tabak uit de tabakspotten. Bijna alle burgervaders en vele notabelen uit de omliggende gemeenten behoorden tot de “vaste pijprokers”. Na enige tijd verwaterde dit gebruik, maar de Goudse Pij­pen vonden later gretig aftrek bij Amerikaanse groepen die het restaurant bezochten. Ik vermoed, dat menige pijp bij de overtocht naar Amerika is gesneuveld.

Ook slaagde de heer Croiset er in enkele televisie programma’s in De Kloosterhoeve te laten opnemen. De talk show met veel muzikale om­lijsting “Mensen, mensen, mensen” van Gerard van den Berg (NCRV) werd in De Kloosterhoeve opgenomen. In 1967 vertegenwoordigde Thérčse Steinmetz ons land op het Eurovisie songfestival. Ze zong in De Kloosterhoeve zes liedjes waarvan uiteindelijk Ringe Dinge werd gekozen voor het songfestival.

Ook werden er in De Kloosterhoeve veel politieke zaken beklonken. Zo vergaderde Pieter van Vollenhove met zijn commissie regelmatig in De Kloosterhoeve.

Ook Koningin Juliana en ZKH Prins Bernhard hebben De Kloosterhoeve bezocht. Dit ging uiteraard gepaard met veel veiligheidsmaatregelen in en nabij Harmelen.

Vele nationale en internationale beroemdheden zijn gast geweest van De Kloosterhoeve.

Zelf zat ik samen met mijn vrouw en enkele collegae biochemici in 1981 aan aan een diner met Fred Sanger. Fred Sanger, tweevoudig (!) Nobel­prijswinnaar bezocht Nederland op uitnodiging de De Nederlands Vereniging voor Biochemie. Hij was “spreker van het jaar” en verzorgde drie lezingen over zijn werk in drie Universiteitssteden waaronder Utrecht. De eerste Nobelprijs kreeg hij voor zijn onderzoek naar methoden om de aminozuurvolgorde in eiwitten te bepalen, hetgeen culmineerde in de structuur bepaling van het hormoon insuline. De tweede Nobelprijs kreeg hij een aantal jaren later voor zijn pionierswerk bij de bepaling van de volgorde van de basen in DNA. Zijn bijdrage aan de biomedische wetenschappen en de geneeskunde was en is van onschatbare betekenis.

Hoewel De Kloosterhoeve eminente chefkoks in dienst heeft gehad, slaagde het er niet in een Michelinster te veroveren. Dit was voor een deel te wijten aan de vele luidruchtige bruiloften en partijen, die er ook werden gehouden. De bloemstukken, die bij deze gelegenheden aangeboden werden, werden bewaard in de oude pekelbaden in de wijnkelder. De lage temperatuur in de kelder zorgde voor een prima conservering.

Bij de restauratie en de aanleg van de toiletten stuitten de aannemers Dijkhof en Bakker op een onderaardse gang, die zij dichtmetselden. De onderaardse gang zou de kloosterboerderij verbinden met de Nederlands Hervormde kerk. Het bestaan van zo’n onderaardse tunnel wordt door sommige experts naar het rijk der fabelen ver­wezen, evenals de ondergrondse tunnel vanuit de duiventil naar het centrum van Harmelen, als vluchtweg voor de bewoners van huize Harmelen. 

In 1987 werd de heer Franck Rodenburg de volgende eigenaar. Na een tiental jaren werd De Kloosterhoeve overgenomen door de heer en mevrouw Van Wonderen, die het  na 2 jaar weer verkochten aan de vastgoedgroep van Paarlberg. Sinds 2007 is de heer Arne Flantuna de huidige uitbater. In de loop der jaren is de haute cuisine-formule verlaten, maar je kunt in De Kloosterhoeve nog steeds uitstekend en gezellig dineren, zoals vele inwoners van ons dorp kunnen beamen.

 Dit artikel kwam tot stand na gesprekken en in­formatie verkregen van de heer H.Croiset, eerste eigenaar van De Kloosterhoeve, de heer A. Flantuna, de huidige uitbater van De Klooster­hoeve, de heer W.Terbruggen, 16 jaar medewer­ker van De Kloosterhoeve onder de heer Croiset en de heer H.Looman, lid van de projectgroep Harmelen van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging.


 

 

terug